Author Archives: FreVanOers

Trainen voor de dodentocht

Je hebt mensen die onvoorbereid aan hun eerste Dodentocht beginnen, maar dat is niets voor mij. Niet in het minst omdat mijn linker enkel mij in 2013 een paar keer in de steek liet. Dus wil ik me degelijk voorbereiden zodat de kans ook groter is dat ik bij mijn eerste poging de eindmeet haal.

Trainingsschema

Dus ging ik op zoek naar een trainingsschema en dat vond ik bij Wandelsport Vlaanderen. Een trainingsgids met informatie over wandelkledij, stretchoefeningen, tips voor voetverzorging en twee trainingsschema’s: 200 dagen en 100 dagen. Aangezien ik nog tijd genoeg had en rustig wilde opbouwen koos ik voor het schema van 200 dagen.

Het eerste wat me opviel is dat dat schema best wel haalbaar was. In de oneven weken 2 trainingen, in de even weken 3, dat is niet niks, maar je hoeft er nu ook weer geen verlof voor te nemen. De trainigen in het weekend focussen op afstand: je begint bij 7 en bouwt dat stelselmatig op. Daar moet je inderdaad tijd voor vrijmaken. Maar de trainingen doorheen de week, zijn meestal maar 50 of 60 minuten, dat is voor veel mensen haalbaar.

Het tweede wat me opviel is de focus op tempo. Bij alle trainingen staat opgegeven welke afstand je moet afleggen en bij de trainingen doorheen de week ook nog eens een tijd. Bijvoorbeeld 4 Kilometer in 50 minuten of 5 kilometer in 60 minuten, 4,8 of 5 kilometer per uur dus. Dat vond ik eerst wat vreemd. Ik dacht dat ik vooral moest trainen op afstand, maar het grootste deel van de weekendtrainingen is 20 kilometer of minder.

Toen viel mijn frank. De Dodentocht is ongeveer 100 kilometer en je hebt 24 uur de tijd om die afstand af te leggen. Als je gemiddeld 4 km/u wandelt, haal je de eindmeet niet. Aan een gemiddelde van 5 km/u doe je er ongeveer 20 uur over. Maar dat is dan zonder te stoppen om te eten, te drinken, van sokken of schoenen te wisselen of naar het toilet te gaan. Het is dus echt wel nodig om gemiddeld 5 km/u te halen en de eerste uren misschien nog iets sneller zodat je op het einde, als het allemaal wat moeilijker gaat, toch nog binnen de tijd de finishlijn over kan strompelen.

In de gids staan ook een paar belangrijke kanttekeningen bij de trainingsschema’s:

  • De schema’s zijn maar richtlijnen, pas de data aan aan de dagen die voor jou passen, maar zorg er voor dat er minstens één dag rust 2 trainingen zit.
  • Als je nog andere sportieve activiteiten hebt, dan kan je ook één wandeltraining vervangen door die sport.
  • Ben je moe of ziek? Doe dan een lichtere training of train zelfs niet. Gun je lichaam de nodige rust.

Ook die nuances zijn belangrijk.

In het trainingsschema van 200 dagen zitten 3 tussendoelen: 32km, 50km en 2 dagen na elkaar 42 km (al wordt dat in de gids genuanceerd tot 2 dagen na elkaar 30 km). Daar wordt naar opgebouwd en de week daarna zijn de trainingen rustiger en korter.

Trainingen inplannen

Als je 26 weken lang 2 à 3 keer per week gaat trainen, dan moet je dat toch een beetje inplannen. Om dat voor mezelf een beetje overzichtelijk te houden kopieerde ik de trainingsschema’s van Wandelsport Vlaanderen in een aparte Google Agenda.

Zo kan ik makkelijk zien welke trainingen er die week op het programma staan en ze dan inplannen zoals het mij uitkomt.

Ik gebruikte zelf de agenda met het trainingsschema van 200 dagen, maar heb ook een agenda met het intensieve trainingschema van 100 dagen aangemaakt die je makkelijk kan importeren in eender welke digitale agenda.

Trainen in de praktijk

Soms wandelt mijn vriendin mee of een vriend, maar meestal train ik alleen. Ik probeer om de trainingen zoveel mogelijk in te passen in mijn agenda, zodat ik er ook niet veel extra tijd aan moet besteden: als ik ergens een afspraak heb, kijk ik of ik die afstand niet (deels) te voet kan doen.
Een afspraak in Mortsel, een bezoek in Ekeren, een cadeau afhalen in Schoten of een uitvaart in het Schoonselhof? Boeken die dringend naar de bibliotheek moeten? Wat vroeger vertrekken (of wat later afspreken), wandelschoenen aan en te voet gaan in plaats van met de fiets of de tram. (En indien nodig propere kleren die niet te hard kreuken in de de rugzak)
Vroeger durfde ik al eens in Kalmthout af te stappen om dan langs de molen van Wildert naar Nieuwmoer te wandelen als ik tijd had, sinds een paar maanden is dat mijn eerste reflex.

Daardoor zijn die trainingen weleens wat langer dan de voorgestelde 4 of 5 kilometer, maar zo kan ik het nuttige aan het aangename koppelen en ik houd wel rekening mee dat ik niet teveel train. Als ik niet weet waar naartoe, dan wandel ik vaak langs Park Spoor Noord en de nieuwe fietsbrug tot in Merksem en terug langs een iets andere weg.

Voor de langere wandelingen kom ik vaak uit bij GR’s. Ik was in het najaar al begonnen aan het Sniederspad (GR 565), dus was het logisch om die route af te werken. Door Antwerpen passeert ook GR 12 onderweg van Amsterdam naar Parijs, dus daar wandel ik ook stukken van. Toen mijn vriendin met studiegenoten had afgesproken in Oost-Vlaanderen, heeft ze mij onderweg afgezet en heb ik een stuk van de Vlaanderenroute (GR 128) gewandeld.

De langste afstand in het trainingsschema is 50 kilometer en het toeval wil dat ik langer een tocht wilde doen die ongeveer zo lang was: op de overzichtskaart GR-netwerk Vlaanderen op www.groteroutepaden.be staat bovenaan een rare kronkel: GR 5 (Noordzee-Nice) en GR 12 (Amsterdam-Parijs) zijn allebei doorgetekend tot in Bergen Op Zoom.

Zandvliet-BOZ-Heide

Het leek me wel leuk om die 2 delen te combineren en te wandelen van Zandvliet over Bergen Op Zoom naar het station van Heide en wat vrienden uit te nodigen om mee te wandelen, te lunchen in Bergen Op Zoom of er na afloop ene te drinken in Heide.

Voor de twee marathons na elkaar ben ik ook flexibel geweest met het trainingsschema: dat tussendoel was gepland tijdens onze vakantie en dat leek me niet zo’n leuke combinatie. Daarom heb ik dat tussendoel een weekje naar voor verschoven en ook de trainingen wat aangepast. Maar tijdens de vakantie heb ik toch ook nog wel wat kilometers afgelegd.

Wandelgerief

Voor mezelf maak ik een onderscheid tussen de korte en de lange trainingen. Als ik een uur ga wandelen, neem ik vaak enkel mijn gsm mee om de wandeling te tracken en misschien nog een flesje water.

Als de afstand wat langer wordt of als ik ergens naartoe wandel, neem ik wat meer mee. Dan neem ik zeker water mee en gewoonlijk ook extra sokken zodat ik van sokken kan wisselen als ik aankom en kan terugwandelen met verse sokken. Om mezelf een beetje op te frissen neem ik dan ook vaak een klein handdoekje mee en een pakje vochtige doekjes.

Voor de lange wandelingen neem ik ook wat eten mee voor onderweg. Ik probeer ieder uur iets te eten. Dat kan vannalles zijn, vaak peperkoek of een banaan, maar meestal ook wortelen, komkommer en selder. Voor de echt lange afstanden neem ik boterhammen mee voor ‘s middags.

In mijn rugzak zitten ook de stretchoefeningen uit de trainingsgids. Die probeer ik onmiddellijk te doen als ik aankom. Al vind ik het natuurlijk iets interessanter om de bus te halen en thuis te ontspannen in plaats van nog 5 minuten te stretchen en dan 55 minuten op de volgende bus te wachten.

Waar ik gewoonlijk het hardst over twijfel is mijn camera. Voor ik begon te trainen voor de Dodentocht nam ik die eigenlijk standaard mee. Tegenwoordig laat ik hem meestal thuis.
Om te beginnen omdat hij redelijk zwaar is en wel wat ruimte inneemt. Na een paar uur begint die extra kilogram toch door te wegen.
Wandelen met een camera haalt ook mijn tempo naar beneden. Een foto is snel getrokken, maar eentje is geentje, misschien beter vanuit dit standpunt, zou ik er een panorama van maken, als ik voorzichtig nader kan ik misschien nog een mooiere foto van die reiger, … Je snapt het wel. En als ik mijn camera meeneem trek ik ook meer foto’s.

Dus laat ik hem meestal thuis en neem ik hem enkel mee op kortere tochten of als ik van plan ben om langs een paar fotogenieke plekjes te passeren. Want dat houdt die trainingen ook leuk.

En dat blijft toch het belangrijkste: het moet leuk blijven, anders hou je het niet vol.

Camplife – camperlife (lino)

Een paar maanden geleden waren we uitgenodigd op een trouwfeest. We hadden niet super veel inspiratie voor een cadeau, maar we wisten dat het koppel een VW-busje ging kopen om samen met hun dochtertje te gaan kamperen.

Dus besloot ik om een lino te drukken met een VW-busje op een kampeerplek. We wisten dat ze een Volkswagen Transporter T5 wilden kopen, maar ik besloot om in mijn lino toch te gaan voor de iconische Volkswagen Transporter T1 (google maar eens hippy van of surf van).

Omdat een huwelijkscadeau toch wat meer mag hebben, gebruikte ik een plaat met A4-formaat om op een A3 te drukken. Da’s nog niet gigantisch, maar voorlopig is dit wel mijn grootste lino ooit.

De eerste schets

Bij het schetsen liep ik al snel tegen mijn eigen grenzen aan. Ik ben niet zo goed in perspectief en het leek me toch het leukst om niet enkel de voorkant of de zijkant te tonen, maar een combinatie van beide. Ik heb nog even geprobeerd om een voorbeeld over te tekenen, maar dat leek me niet haalbaar. Online vond ik een methode om een afdruk van een laserprinter over te zetten met een strijkijzer, maar dat lukte niet zo goed en het linoleum vond die hitte ook niet zo leuk. Uiteindelijk besloot ik om carbonpapier te gebruiken om de afbeelding over te zetten.

Het busje overgekalkeerd

Dat ging redelijk vlot, alleen moest ik de lijntekening die ik online vond eerst afdrukken op de juiste schaal. Als je de tekening hierboven vergelijkt met de afdruk, dan zie je dat ik veel meer details gekopieerd had zoals de ruitenwissers, de klinken en de dakramen, maar die uiteindelijk toch heb weggelaten. Dat was een bewuste keuze (of beter gezegd een bewust uitstel). Het traceren ging echt vlot dus het was logischer om zoveel mogelijk details mee te nemen en dan al snijdend te beslissen wat ik zou overhouden. Als je een monochrome lino drukt is iets ofwel wit ofwel zwart. Er is geen grijs en een lijn moet ook een bepaalde dikte hebben anders is de kans te groot dat ze afbreekt of dat de inkt van de omliggende vlakken erin loopt en dat wilde ik vermijden. Ik vind het ook makkelijker om al snijdend te beslissen wat ik wegsnij. Er zit voor mij een soort logica in.

Na een tijdje wordt het wel een soepje op tafel

Daarna op zoek naar afbeeldingen van bomen en berglandschappen, kijken hoe anderen die elementen in een lino verwerkt hebben en ook even testen op een overschotje linoleum. En dan begint het snijwerk.

Eerst het busje uitsnijden

Eerst het busje uitsnijden. Het is het belangrijkste object en ook het meest complexe.

Daarna de rest. Daarbij werk ik soms wat chaotisch en spring ik van het ene onderdeel naar het andere op basis van de beslissingen die ik neem. De stenen rond het vuur heb ik vrij vroeg uitgesneden omdat dat samenhing met het vuur en de rookpluin. Maar de interactie tussen de waterlijn en rookpluim heb ik dan weer iets langer uitgesteld. Om de stenen te beschermen tegen een iets te enthousiaste uithaal heb ik er in eerste instantie een barrière van linoleum rondgelaten. Of de hangmat nu zwart of wit zou worden heb ik ook maar gaandeweg beslist. De dikte van de lijnen van de boomtoppen en de takken bepaal ik ook pas terwijl ik daar mee bezig ben.

Zo kom je op het punt dat je moet stoppen met snijden. Om het los te laten, geen details meer toe te voegen of weg te snijden. Dan kan je beginnen drukken. Ik heb geen drukpers en aangezien ik in principe maar één exemplaar nodig had, heb ik deze lino thuis op de eettafel gedrukt met een lepel. Je moet goed opletten dat je op alle plekken genoeg druk uitoefent, maar met een beetje geduld krijg je een mooi resultaat.

In principe hadden we maar één afdruk nodig, maar voor je er één goede hebt, moet je toch een paar afdrukken hebben. (Of je nu met een lepel drukt of met een drukpers, de eerste afdruk is gewoonlijk niet de beste) We kozen de mooiste en kaderden die in als huwelijkscadeau. De tweede mooiste hebben we thuis in de eetkamer gehangen. 😉

Barbecueën in de Antwerpse Haven: Droogdokkenpark

Naar overzicht Antwerpse stadsbarbecues

Nu het Droogdokkenpark is aangelegd, kan je terug barbecueën aan de Kattendijksluis. De lange tafel werd teruggezet en er werden twee betonnen barbecues voorzien. Er is dus plaats voor 8 vuren.

, Twee barbecues, een lange tafel en in de verte de molen van Sint-Anneke

Alternatieven

Vervoer

Je raakt er nog het makkelijkst met de fiets. Die kan je kwijt tegen de tribune, al zet je hem natuurlijk beter in één van de fietsenstallingen van de Zomerbar. Het dichtstbijzijnde velostation vind je aan het Red Star Line Museum (station 223). Als dat vol of leeg is, kan je terecht aan de Amsterdamstraat (station 138) of het Havenhuis (station 221).

Je kan met tram 7 best afstappen aan halte MAS en dan het laatste stukje wandelen. Je auto kan je parkeren aan de Zomerbar.

Naar overzicht Antwerpse stadsbarbecues

Barbecueën in de Antwerpse Haven: Zonsondergang @ Zomerbar (tot 30 augustus 2019)

Naar overzicht Antwerpse stadsbarbecues

Terwijl ik aan het trainen was voor de Dodentocht, kwam ik een extra stadsbarbecue tegen die nog niet in mijn overzicht stond. Onderweg naar de kerk van Oosterweel, wilde ik wat foto’s trekken van de nieuwe barbecues in het Droogdokkenpark aan de Kattendijksluis.

Tot mijn verbazing zag ik een beetje verderop een betonnen barbecue waar ik geen weet van had, namelijk naast de zonsondergangstribune van de Zomer van Antwerpen. Vroeger stond die aan het oude Loodsgebouw, maar intussen naast de Zomerbar.

Op de website van de Zomer van Antwerpen staat dat de tribune er zal staan tot 30 augustus 2019, dus ik vermoed dat de barbecue dan ook verwijderd zal worden. Tijdens de zomer is de zonsondergangstribune een drukbezochte plek. Als er geen plaats meer is om te barbecueën of je liever een beetje rustiger zit, dan kan je deze alternatieven overwegen:

Alternatieven:

Er staan 2 barbecues en een lange tafel in het Droogdokkenpark, nog geen 100 meter verder. Mocht het ook daar te druk zijn, dan kan je verhuizen naar de barbecue aan het Kempisch Dok zo’n 1,5 km verder. Daar kan je barbecueën met zicht op de jachthaven in het dok.

Vervoer:

Je raakt er nog het makkelijkst met de fiets. Die kan je kwijt tegen de tribune, al zet je hem natuurlijk beter in één van de fietsenstallingen van de Zomerbar. Het dichtstbijzijnde velostation vind je aan het Red Star Line Museum (station 223). Als dat vol of leeg is, kan je terecht aan de Amsterdamstraat (station 138) of het Havenhuis (station 221).

Je kan met tram 7 best afstappen aan halte MAS en dan het laatste stukje wandelen. Je auto kan je parkeren aan de Zomerbar.

In de buurt

  • Vlakbij de Zomerbar van de Zomer van Antwerpen. Daar kan je terecht voor drank en eten (voor als je te weinig eten hebt voorzien voor de barbecue of nog zin hebt in een dessertje-)
  • Vlakbij het Droogdokkenpark
  • Over de Kattendijkbrug vind je in rits aan (zomer)bars langs de Rijnkaai

Kijk alvast eens rond via deze Photosphere:

Of deze foto’s

Naar overzicht Antwerpse stadsbarbecues

Dodentocht (lino)

Het begon als een simpel idee: maak een lino die de Dodentocht visualiseert als een kleine motivator om het trainen vol te houden.

Dus wilde ik er zeker het logo van de Dodentocht in verwerken, een rood doodshoofd. En misschien een landschap? Een rood landschap dat heeft wel iets, maar misschien toch liever een andere kleur. Aha! Het logo in het rood -hoe zien de wegwijzers van de Dodentocht er eigenlijk uit- en dan het landschap in een andere kleur, dan valt het logo extra op.

Da’s dan al twee kleuren, één meer dan ik gewoon ben. Misschien moet ik er dan maar ineens een kleur bijdoen… Zo strandde ik uiteindelijk op 4 kleuren (rood, zwart, groen en bruin) op een witte achtergrond. Een experiment.

Een experiment dat wat extra uitdagingen met zich meebrengt. Als je monochroom drukt (in één kleur) dan moet je zien dat je plaat goed beïnkt is, de plaat mooi midden op het papier mikken en zorgen dat er overal evenveel druk is als je drukt. Dat zijn al drie dingen waarbij het kan misgaan bij het drukken en dan heb ik het nog niet over het ontwerpen en het uitsnijden. Maar als de afdruk niet helemaal mooi gecentreerd is op het blad dan kan je het blad nog altijd bijsnijden, de inkt die niet helemaal egaal verspreid is, kan een mooi effect geven en als je per ongeluk de verkeerde lijn uitsnijdt, dan kan je dat waarschijnlijk nog wel corrigeren.

En ik heb al weleens een wenskaartje gemaakt met geschilderd vuurwerk, maar dat kun je moeilijk meerkleurendruk noemen.

Want als je vier lagen over elkaar drukt dan moeten die afdrukken wel mooi over elkaar passen want anders overlappen de lagen elkaar op plaatsen waar je dat niet wilt. En als je dezelfde plaat hergebruikt en je snijdt te vroeg iets weg, dan is dat ook weg op de volgende lagen. En ook al waren de eerste, tweede en derde laag perfect, de vierde moet ook goed zitten. En niet te vergeten: vier kleuren, dat betekent vier keer drukken, vier keer de rollers, de inktplaat en de lino reinigen en vier keer wachten tot de inkt gedroogd is. Een hele hoop tijd.

Ik heb veel tijd nodig gehad en er is hier en daar wat misgegaan, maar ik ben tevreden van het resultaat. Zestien vierkleurendrukken. Allemaal uniek.

Ik doe mee aan de Dodentocht

Dodentochtstempel die ik maakte voor een linosnede

Ik ga graag wandelen, in de bossen, tussen de weien of in de stad. Langs een GR, wat wandelknooppunten of een dérive. Voor een uurtje, een namiddag of een heel weekend met trekkersrugzak en tent. Toch doe ik dat minder dan ik zou willen. Daar wilde ik wat aan veranderen.

Veranderen schijnt makkelijker te zijn als je een concreet doel voor ogen hebt. Iets waar je naartoe kan werken. Een duidelijk doel met een duidelijke deadline. Dus besloot ik om mee te doen met de Dodentocht. 100 Kilometer te voet afleggen in 24 uur da’s een duidelijk doel, aankomen voor 21 uur op 10 augustus een duidelijke deadline.

De Dodentocht is ook een legendarische wandeling waar je vast al weleens verhalen over hebt gehoord. Over brandweermannen en militairen die de tocht wandelen in volledige uitrusting, wandelaars die aan de eindmeet terugdraaien om er 200 kilometer van te maken, blaren die groter zijn dan de plakkers, wandelaars die afhaken aan den Duvel, .

Die eerste twee zie ik niet direct zitten en die laatste twee ga ik proberen te vermijden door me goed voor te bereiden. Via de website van Wandelsport Vlaanderen vond ik een trainingsschema: trainen voor 100 km in 200 dagen. Dus in februari begon ik er aan, nog voor ik ingeschreven was.

Gelukkig was ik er op tijd bij op 23 maart, want op twee uur tijd waren de 13.000 tickets uitverkocht. 40 Minuten nadat de inschrijvingen van start waren gegaan was ik ingeschreven en ik had al volgnummer 5336.

Ondertussen heb ik al een keer 56 km gestapt en binnenkort wandel ik twee dagen na elkaar een marathon. Als ik het einde van die twee marathons haal, dan hoop ik dat die laatste kilometers op 10 augustus ook zullen lukken. Om mezelf gemotiveerd te houden drukte ik deze lino.

Lino Dodentocht 2019

Afscheid van The Listserve

Na vijf jaar is het gedaan. De laatste tijd was de frequentie al wat onregelmatiger en nu houden ze er helemaal mee op: The Listserve. Ik vond het een fantastisch experiment. Een mailinglijstloterij. Je geeft je e-mailadres op en krijgt iedere dag één mail van één persoon die ook op de lijst staat. Een nobele onbekende die toevallig het geluk heeft gehad om uitgeloot te worden en de kans heeft om meer dan 20.000 mensen te mailen.

Er is vanalles gepasseerd. Oproepen, aanklachten, levensverhalen, kortverhalen, gedichten, intrigerende en minder intrigerende projecten. Ik ontdekte podcasts,  een recept voor pizzadeeg, een interactieve kortfilm die je vanuit verschillende perspectieven kan bekijken, … Je kan het zo gek niet bedenken. Ik probeerde om alle listserve-mails te lezen, maar daardoor liep ik zo nu en dan wel wat achterstand op. In januari besloot ik om tijd te maken om die achterstand in te halen.

Toen ik net bijgelezen was, stopten de mails met binnenkomen. Na een paar dagen (en een paar tweets) kwamen er terug enkele binnen, maar op 19 mei werd de laatste Listserve-mail verstuurd door het team zelf: Thank you and goodbye.

Ze stoppen ermee, na vijf jaar is het wel mooi geweest en ondertussen zijn degenen die het project ooit startten met heel andere dingen bezig.

Zelf vind ik het wel spijtig want ik ben nooit geselecteerd geweest, maar ik kan het wel begrijpen.

Tips voor Antwerpse barbecues

Sommige van de tips hieronder zijn specifiek van toepassing op de barbecues in Antwerpse parken, maar er staan ook wat algemene barbecuetips tussen.

tl;dr:

  • 1. Neem een picknickdeken mee
  • 2. Te druk? Misschien is er meer plaats aan een andere barbecue.
  • 3. Gebruik herbruikbare onbreekbare borden
  • 4. Zet een barbecueborstel op je boodschappenlijstje
  • 5. Een wapperblik om de barbecue aan te wakkeren
  • 6. Water om de barbecue te temperen
  • 7. Keukenrol is altijd handig
  • 8. Koop een eigen rooster
  • 9. Lees het reglement

1. Neem een picknickdeken mee

Neem een picknickdeken mee voor het geval er geen plaats is aan de tafels. Die onbreekbare borden zijn ook handig.

Niet alle Antwerpse stadsbarbecues hebben tafels (Kattendijksluis), niet alle tafels zijn echt handig om aan te zitten (bijvoorbeeld die van Park Spoor Noord, zowel de westkant als de oostkant), er staan niet overal evenveel tafels en… Het zou weleens kunnen dat je niet de enige bent die op het idee komt om te barbecueën en dat er dus geen plaats is.

2. Te druk? Misschien is er meer plaats aan een andere barbecue.

Soms kan het echt over de koppen lopen zijn aan sommige barbecues en soms wil je gewoon graag een tafel om aan te zitten. Misschien is er wel een andere barbecue in de buurt waar het wat rustiger zou kunnen zijn of met meer tafels. Zo ligt de oostelijke barbecue van Park Spoor Noord niet ver van de noordelijke barbecue van Spoor Oost.  Kijk maar eens in dit overzicht van Antwerpse stadsbarbecues of op deze kaart.

Bekijk Barbecueën in Antwerpen op de volledige kaart.

3. Gebruik herbruikbare onbreekbare borden

Herbruikbare onbreekbare borden

Als je vaak barbecuet in een park, ben je vaak onderweg met borden en bestek. Borden van aardewerk kan je opnieuw gebruiken, maar zijn nogal breekbaar en wegwerpborden zijn nogal slecht voor het milieu. Daarom gebruik ik zelf tegenwoordig herbruikbare plastic borden die ik kocht in de HEMA. Ze zijn van plastic dus nog altijd niet echt goed voor het milieu, maar ze gaan al jaren mee en zijn van polypropyleen, dus ze kunnen perfect gerecycleerd worden als ze ooit kapot zouden gaan.

4. Zet een barbecueborstel op je boodschappenlijstje

Mijn barbecueborstels

In principe zou er aan iedere barbecue een staalborstel moeten hangen waarmee je de roosters kan afschuren voor je begint te barbecueën, maar in de praktijk weet ik dat er aan sommige barbecues geen meer hangt. Neem dus het zekere voor het onzekere en breng er zelf één mee. Je kan die vinden in eender welke doe-het-zelfzaak en tijdens het barbecueseizoen ook in de gemiddelde supermarkt bij de houtskool of het keukengerei. Mijn borstels kunnen schrapen, schuren en borstelen.

h4>5. Een wapperblik om de barbecue aan te wakkeren

Een metalen vuilblik komt altijd van pas om te wapperen of as uit te scheppen

Van tijd tot tijd is het nodig om een barbecue aan te wakkeren. Daar zijn een hele hoop manieren voor, mijn favoriete manier is het wapperblik. Ooit tijdens het barbecueën ontdekt dat je met een vuilblik goed kan wapperen dus heb ik mezelf een metalen vuilblik gekocht om mee te barbecueën. Je hoeft er natuurlijk geen apart vuilblik voor te kopen, je hebt er waarschijnlijk al één onder de pompbak of in je bezemkast, maar als je vaak barbecuet vind ik het toch wel handig om een metalen vuilblik te gebruiken. Dat kan namelijk iets beter tegen dat wapperen.

En net zoals bij de barbecueborstels: Iedere Antwerpse stadsbarbecue zou voorzien moeten zijn van een schepje om de kolen na het barbecueën uit te scheppen, maar op sommige plaatsen zijn die schepjes verdwenen en dan komt een metalen vuilblik goed van pas om de kolen uit te scheppen.

6. Water om de barbecue te temperen

Een fles water met een klein gaatje in de dop, daarmee kan je de temperatuur van je barbecue een beetje temperen

Je kan de hoogte van het rooster niet regelen bij een stadbarbecue en eens er vlees op de rooster ligt, kan je ook een stuk moeilijker in de kolen porren. Als het vuur te heet is kan je het wat doen verminderen met water. Met een fles water met een klein gaatje in de dop kan je een beetje water op de kolen sprenkelen om ze lichtjes te doven. Maar zorg er voor dat je niet teveel water gebruikt, want je wilt het vuur natuurlijk niet volledig doven…

7. Keukenrol is altijd handig

Stilleven met barbecue en keukenrol

Natuurlijk om saus en vet van vingers, gezichten en T-shirten te vegen, maar ook om roosters in te vetten, vuur mee aan te maken, vet te absorberen, …

8. Koop een eigen rooster

Ik vind het zelf niet echt nodig, maar als je de vaste roosters onhygiënisch vindt omdat je geen idee hebt wat er voordien op gebakken werd en hoe grondig ze werden gekuist, koop dan een braadrooster en neem dat mee naar de barbecue. Dan kan je het zelf schoonmaken zodat je er zeker van kan zijn dat het proper is. Dat hoeft geen groot braadrooster te zijn, want je zal het ook naar de barbecue moeten transporteren.

9. Lees het reglement

Het barbecuereglement

Er staan geen zotte dingen in dat reglement. Er wordt vooral gevraagd om rekening te houden met de mensen die in de buurt leven, de mensen die na jou komen barbecueën en de veiligheid. Niet tot een kot in de nacht barbecueën, geen benzine gebruiken, het vuur doven, het rooster netjes achterlaten… Een online versie vind je hier.

 

Welke tip vind je de beste? Heb je nog een tip die ik gemist heb?

Op de vlucht (lino)

Eind maart is er een nieuwe voorstelling door Mozaïek 2060, een theaterwandeling doorheen de wijk met de titel ‘Vluchten’ en ik doe weer mee.

We brengen het verhaal van de familie Segers-Heyman, een familie die honderd jaar geleden weer thuis kwam na vier jaar omzwervingen op de vlucht voor de Groote Oorlog.

Ik gebruikte hun vlucht als aanleiding voor een nieuwe lino, maar haalde ook een beetje inspiratie bij Frans Masereel. Continue reading

Google Alerts Nepal Weekly: Hoe ik het Nepalees nieuws volg deel 3

Ik gebruik de New York Times om onmiddellijk op de hoogte te zijn als er groot nieuws is over Nepal en Google Alerts om het nieuws rond het onderwijs in Nepal te volgen.

Maar ik wilde eigenlijk ook wel een wekelijks overzicht om het Nepalees nieuws in één oogopslag te kunnen bekijken. Liefst via mail zodat ik kan kiezen wanneer ik kijk en toch niet teveel mis.

En ook daarvoor gebruik ik Google Alerts, net zoals in deel 2, maar dan een klein beetje anders. In deel 2 gebruikte ik Google Alerts om een heel specifiek onderwerp te volgen: het onderwijs in Nepal. Dat is een onderwerp dat interessant is voor HANDnepal, maar waar niet zo heel veel mensen iets aan hebben en het geeft een zeer beperkt beeld van Nepal.

Om een iets breder overzicht te krijgen vanop een afstandje, krijg ik iedere week één e-mail, in het Engels, met daarin ‘de beste resultaten’ (volgens Google) in de categorie ‘nieuws’ over ‘Nepal’ en dat ziet er ongeveer zo uit: Continue reading