Category Archives: Naar Namibië

Fré Désertifié

Net terug uit Namibië, vandaar zo weinig blog-actie (ik had ook een post klaar, maar ik heb’m nog steeds niet kunnen uittypen, en mijn “boekske” ligt nog in den auto)

Veel gezien in Namibië, vooral veel woestijn: witte duinen, rode duinen, … maar daarover later meer. Eerst mezelf even inwerken in mijn nieuwe job (Dutch Quality Analyst) en wachten tot mijn reisgenoten ook terug zijn met de foto’s. (zelf heb ik namelijk 16 uur op de bus gezeten gisteren (waarvan 5 uur stilstaand omdat de bus kapot was en er een nieuwe gestuurd moest worden vanaf de eindhalte), Filip en Roy zitten op dit moment in de Kalahadi-woestijn: Paarse duinen.

Dus verwacht binnenkort maar weer een nieuwe post, hier zullen jullie het heel even mee moeten doen.

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

De Namib – Van daarheen en weer terug/ In de ban van Namibië

Vandaag 2 posts, en de volgende 12 dagen ook iedere dag één: een Namibisch reisverslag…

Het Namibië-verslag van de man met de hobbitvoeten.


Fellowship of the desert.

Mocht je het nog niet weten: ik woon en werk voor een jaar in Zuid-Afrika. En als je ergens woont en werkt dan leef je er ook. Zo kwam het dat op een zekere zaterdag een zekere Frederik, die ook weleens Fré werd genoemd en toekomstig lid van het bondgenootschap, besloot om met de fiets naar een winkelcentrum te rijden om commissies te gaan doen.Bij het vertlaten van zijn hobbistee merkte hij echter dat de banden van die fiets nogal aan de platte kant waren, en met het extra gewicht van de terugweg in het achterhoofd besloot hij om eerst Melville te rijden, waar de eigenaar van de fiets woonde, die ook een fietspomp had. Daar aangekomen was hij nogal uitgeput en tijdens het verbruiken van een kop koffie met de inwoners bleek dat geologe Marie, één van de inwoners van het huis en toekomstig lid van het Bondgenootschap wel zin had in een braai. De andere huisgenoten hadden er niet zoveel zin in, maar een zekere Fré stelde voor dat hij wel voor de pasta- en aardappelsalade zou zorgen en nodigde hierbij dus zichzelf uit. De taken werden verdeeld. Geologe Marie zou voor de groenten zorgen samen met Natalie, Ronald voor de alcoholische verfrissingen, Filip, inwoner en toekomstig lid van het bondgenootschap, voor het vlees en zoals reeds vermeld, Fré voor de gepaste hoeveelheden zetmeel. Er zouden ook nog enkele andere vrienden en kenissen uitgenodigd worden, waaronder Roy, toekomstig lid van het bondgenootschap.

Samen trokken een Filip en Fré met de auto naar het winkelcentrum alwaar zij bovenstaande voedingsmiddelen aankochten alsook een tondeuse, een grote zwarte doos en een aantal kledingstukken.Zij laafden zich ook in een gelagzaal alwaar zij de grote zwarte doos met de nodige geheimzinnigheid behandelden.

Op de terugweg haalden zij ook nog Pascal, een huisgenoot van Fré, maar geen toekomstig lid van het bondgenootschap, op.

In de stee in Melville werden de nodige voorbereidingen getroffen voor de braai en al gauw kwamen de eerste genodigden aan. Tijdens dit gezellig samenzijn werd het bondgenootschap gesticht. Geologe Marie vertrok een weinig later voor een aantal weken naar de mijn in Namibië alwaar zij stage liep en de andere leden van het toekomstige bondgenootschap besloten om Marie en, en passant, heel Namibië een bezoek te brengen. Plannen werden gesmeed de voorbereidingen konden hun aanvang nemen. De tocht zou een tweetal weken later zijn aanvang nemen en per auto geschieden. De leden van het bondgenootschap hadden hierbij de keuze tussen 2 auto’s, waarbij uiteindelijk voor die van Roy gekozen werd omdat die net iets groter was en door de verhuurder volledig kon worden nagekeken voor het vertrek. Bijkomend voordeel was dat Filip hierdoor zijn auto terug kon inleveren bij zijn verhuurder. Dit alles kon natuurlijk alleen maar met de goedkeuring van de verhuurder van Roy’s auto. Die had op zich geen bezwaren, maar wel eisen, die hij met de nodige Afrikaanse traagheid in verschillende stappen communiceerde, zodat uiteindelijk pas op de avond van het vertrek alles geregeld was. Ondertussen stond het contract voor de auto op naam van Fré, omdat hij de enige was met een internationaal rijbewijs, waren de nodige papieren en vrijgeleides verkregen en getekend en kon er eindelijk vertrokken worden.

N.B. De foto’s op Filip’s Flickr

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Dag 1: woensdag 18/4 Jo’burg – Botswana Border


Met de auto volgeladen vertrok het bondgenootschap in de late avond op avontuur. 10 tankstations later hadden ze nog steeds geen ZA-sticker gevonden, wat hen een boete zou kunnen opleveren bij de grens. Desalniettemin werd er doorgereden. Net voor hun vertrek had het bondgenootschap ervoor gekozen om de Trans-Kalahari Highway te nemen naar Windhoek, omdat dit de reisafstand naar hun eerste doel zou beperken tot 1400 km, in plaats

van 1970 km. Omstreeks 2 uur ’s nachts bereikte het bondgenootschap de grens mat Botswana om voor een voldongen feit en een gesloten grenspost te staan. De gedachtegang dat als de grenspost die hen meteen in Namibië zou brengen, maar hun route wel 570 km langer zou maken 24 u op 24 was, dit ook wel zou gelden voor de twee grensposten (in en uit Botswana) ook wel constant open zouden zijn, bleek niet de juiste. Het bondgenootschap kroop onder de wol en werd om kwart voor zes gewekt door een legerjeep, die van bij de nabijgelegen basis kwam en even aan het hek kwam rammelen tot de douaniers wakker genoeg waren om aan hun ambtelijke dagtaak te beginnen.

N.B. Ik zie dat ik niet kan ingeven wanneer een post gepubliceerd worden, dus zou het wel even kunnen duren voor de volgende post komt. Ik wil namelijk echt dat ze maar om de dag verschijnen, dus wacht ik liever tot ik terug ben uit Kaapstad. Als ik daar zo nu en dan on-line kan zal ik ook nog even posten.

N.B. De foto’s op Filip’s Flickr

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Don’t forget the Big Black Box

Het is de boodschap waarmee ik mijn grote zwarte koffer thuis achterliet, zodat mijn bondgenoten hem zouden kunnen meenemen naar Namibië. Het is nu ook een boodschap aan mezelf: ik mag niet vergeten de “opnames” van mijn zwarte doos in Namibië aan jullie door te geven.

Spijtig genoeg laat Blogger niet toe om een later publicatie-datum te bepalen en ik wil niet alles ineens er opgooien, dus wacht ik liever tot ik terugben uit Kaapstad voor ik nog iets publiceer. Daar komt ook nog eens bij dat het toch onmogelijk was om in 2 dagen tijd, mijn reisverslag van 12 dagen uit te typen.

Dus zullen jullie nog even moeten wachten op de rest van het reisverslag en mijn zelfgetekend kaartje.
Als ik in Kaapstad online kan publiceer ik zeker nog een episode.
Verder kan ik alleen maar verwijsen naar de link onderaan de eerste Namib-episode: geniet van de foto’s zou ik zo zeggen.

Update en toemaatje: alvast het kaartje van The Namib dat ik zelf getekend heb, zodat je alvast kan vooruitkijken…

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Dag 2: donderdag 19/4 Botswana Border – Windhoek

Na een de nodige stempels en controles rijden we Botswana binnen. We draaien meteen de Trans Kalahari Highway op en na een paar kilometer zien we een bord “Next Ultra Stop 378 km”. Een paar kilometer lang discussiëren we (misschien is er nog wel een ander takstation dan die Ultra Stop), maar besluiten toch het zekere voor het onzekere te nemen en naar de grens terug te keren op zoek naar een tankstation. Daar is een taxichauffeur zo vriendelijk om ons te begeleiden naar het dichtstbijzijnde tankstation, blijkbaar een paar 100 meter voorbij de oprit van de Trans Kalahari Highway. Eerst denken we dat hij het voor een fooi doet, maar al gauw blijkt dat hij andere motieven had: ooit heeft hij een briefje van 10 Mark gekregen van een klant en aangzien wij er nogal buitenlands uitzien zou hij het met ons willen ruilen zodat wij het later opnieuw kunnen ruilen en iedereen content is. We leggen hem uit dat de Duitse Mark nu toch al een tijdje afgeschaft is als betaalmiddel en dat wij het ook nergens zullen kunnen wisselen. Na het tanken vliegen we de snelweg op, het hele douane- en tankgebeuren heeft ons toch meer dan 2 uur gekost. Nu is snelweg misschien toch wel een groot woord. Om te beginnen moet je weten dat het hele traject nog maar geasfalteerd is sinds december 1997. In iedere richting is er één rijvak en de snelweg gaat dwars door of rakelings langs dorpen, waar je dan moet afremmen tot 80 of zelfs tot 60 km per uur. (60km/u geldt in grote delen van Afrika als de maximumsnelheid in de bebouwde kom) Dat afremmen moet je soms ook op andere punten doen, waar geen dorp of stad te zien is, bijvoorbeeld als je een dal inrijdt of voorbij een groot rotsblok. Misschien heeft Botswana maar een flitscamera, maar wij zijn die tegengekomen. Op een bepaald moment, we reden een kleine 135 km per uur (3500 toeren in 5de, kilometerteller stuk, dus de autoeigenaar weet ook niet precies hoeveel kilometers wij hebben gedaan), knipperen de tegenliggers met hun lichten. Een beetje verder staat een bord 80, maar mijn frank valt te laat en op het moment dat we worden geflitst rijden we nog 115. Ik mag het als bestuurder natuurlijk uitleggen bij de politie. De boete: 300 pula, ongeveer 40 euro, vrij schappelijk als je 35 km te hard rijdt. Probleem: geen pula’s en zelf ook te weinig randen op zak. Ik probeer aan de agent uit te leggen dat ik even naar mijn maten ga om samen te leggen, zegt hij dat ze sowieso ook geen randen aannemen en of er niks te regelen valt. Ik denk “dan zal ik die 150 rand hier maar snel aan die agent geven”, maar nee, onze schuld is gewoonweg kwijtgescholden! Hij gaat naar zijn superieur, legt hem uit dat wij op doorreis zijn naar Windhoek, geen pula’s bijhebben, niet zullen terugkomen langs Botswana en het is ok! De rest van de rit is nogal makkelijk samen te vatten: tanken halverwege Botswana, Roy neemt het stuur over en ik probeer nog wat te slapen, tanken net voor we Botswana uitrijden, ik neem het stuur terug over (om het pas 11 dagen later terug af te staan aan Roy) en we rijden Namibië binnen net voor zonsondergang.


Rond 10 uur ’s nachts komen we aan in Windhoek aan en gaan we op zoek naar een backpackers waar we willen overnachten. Die is volzet (gelukkig kunnen we er op onze 2de doortocht in Windhoek wel overnachten) en uiteindelijk overnachten we in Daniel’s Guesthouse, bij een zwitser die naar Namibië is verhuisd om er te werken als leerlooier te werken en na een paar jaar het Guesthouse heeft gekocht waar hij zelf in het begin heeft overnacht.
N.B. De foto’s op Filip’s Flickr

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Dag 3: vrijdag 20/4 Windhoek – Karibib

’s morgens laten we Windhoek achter ons. Filip heeft nog even een nieuwe slaapzak gekocht- hij had het nogal koud gehad aan de grens met Botswana- en de juiste gastankjes – we hadden namelijk het verkeerde formaat bij (ik was ze niet gaan halen, wil ik hier even bij vermelden, want ik weet hoeveel verschil daarop zit). We rijden naar het Daan Viljoen Park, een natuurgebied op een steenworp van Windhoek. We wagen ons hier aan een kleine wandeling in de vrije natuur, genietn nog even van een ijsje en vertrekken naar Karibib.

Over gravel.


We kiezen er namelijk voor om niet de snel weg te nemen, maar 2 C-wegen (B zijn de snelwegen, C verhard of gepekt, D verhard, F “farmroads”ofte privéwegen) langs een klein vervallen huisje dat ooit een buitenpost van het Duitse leger in Namibië was, waar de soldaten die teveel gezopen hadden naartoe gestuurd werden.

Tegen zonsondergang hebben we net bergpas achter de rug als we een stel pilaren zien voorbijwandelen. 2 Giraffen, zomaar in het wild, niet in een natuurreservaat of niks. We beseffen plots dat we 4 heel verschillende beelden rond on hebben: achter ons een bergpas, links een vette zonsondergang aan een heldere hemel, voor ons 2 giraffen in de Kalahari en rechts een vette regenstorm. Nog een hoop kilometers te gaan, dus als de dagtaak van de zon erop zit en ze de maan kan beginnen beschijnen vertrekken we terug. Eerst door de storm en als we die zeker gepasseerd zijn stoppen we voor een kopje koffie. De eerste kop in een reeks avondlijke kopjes. Terwijl we genieten van de sterren komt er plots een bakkie (pick-up) aangereden. Ik zet snel even de “dubbele pinkers” aan om ons een beetje zichtbaar te maken, waardoor de bestuurder denkt dat we in de problemen zitten en stopt. We gebaren dat er niks aan de hand is en vertrekken iets later zelf ook terug. We zitten op 14 kilometer van Karibib zien we aan de kant van de weg, dus ik trap hem even op z’n staart, voor zover dat veilig is ’s nachts tussen de wildhekken en een beetje later komen we in mijnstadje (met de nadruk op “je”, 700 inwoners) Karibib aan. We zoeken Marie op en drinken er ene in de countryclub waar zij woont. Dan trekken we naar een café in het dorp, het enige met een gemengd cliënteel: Namibië is onafhankelijk geworden voor het einde van de Apartheid, heeft het systeem onmiddellijk afgeschaft, maar heeft dus ook die omwenteling niet meegemaakt. Apartheid bestaat hier niet, maar in het ene café zie je geen blanken, in het andere geen zwarten. (het stadje is te klein voor 2 winkels, dus in de “Minimark” zie je iedereen) Na het “gemengde” café wippen we nog even binnen in het “blanke” café. Aangezien we door de schaarse vrouwen als nieuw/jong vlees worden gezien hadden we waarschijnlijk weinig moeite moeten doen om ook letterlijk binnen te wippen, maar om het met de woorden van onze paus te zeggen “geef mijn portie maar aan Fikkie”. Marie had aan Filip gevraagd om Belgisch bier mee te brengen uit Jo’burg (in Namibië bijna niet te vinden), maar we zijn het vergeten te gaan kopen en Filip besluit dan maar om een rondje shooters te geven om het goed te maken.

N.B. De foto’s op Filip’s Flickr

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Dag 4: zaterdag 21/4 Karibib – Swakopmund

We hadden besloten om buiten te slapen. Karibib ligt niet in Malaraia-gebied dus is het niet gevaarlijk om buiten te slapen en het ligt tussen de keerkringen, dus warm genoeg. Na genoten te hebben van de sterren en de zonsopgang gaat Roy even lopen en rijd ik, samen met Marie naar de supermarkt. We slaan proviand voor een stevig ontbijt en onderweg en nadat we alles bijeen hebben geraapt en hebben ontbeten, vertrekken we naar Swakopmund. Nog even stoppen om een SIM-kaart te kopen, om toch een beetje ontvangst te hebben in Namibië, want niemand van ons heeft roaming. Een paar 100 km later komen we aan in Swakopmund, waar de Swakop in de Atlantische Oceaan uitmondt. Spijtig genoeg heeft Namibië maar 1 rivier die het hele jaar stroomt en dat is niet de Swakop, dus is uitmonden in dit droge seizoen niet echt letterlijk te nemen.Als we uitstappen komen we toevallig de baas van Marie tegen (Namibië blijft een kleine wereld) en we kuieren even over het strand.

Swakopmund is één van de spannendste plaatsen van Namibië, er valt namelijk iets te beleven. Je kan er namelijk haaienvissen, quadrijden in de duinen, parachutespringen in de duinen, ballonvaarten doen over de duinen en alle andere dingen die je met duinen kan bedenken. Rond Swakopmund liggen namelijk “een aantal duinen”, ook bekend als de Namib Woestijn. De Namib woestijn en (zijn Zuid-Amerikaanse tegenhanger) de Atacama zijn de oudste woestijnen van de wereld. De reden van hun ontstaan is een koude zeestroom, in het geval van de Namib, de Atlantische Oceaan. Die zorgt ervoor dat grote stukken van de woestijn constant met mist bedekt zijn en die momenten dat het niet zo is, ongenadig beschenen worden door de koperen ploert. Omdat de grond te arm en te zout is, groeit er praktisch niets. Wij hebben er eens doorgecruised met quads, bangelijk om te doen.

Na ons tripje twijfelen we nog even of we naar decollega van Marie zouden rijden met wie we dat weekend gaan haaienvissen, maar met het idee dat we zondag nog tijd genoeg zullen hebben, besluiten we om in de duinen te zitten en naar de zonsondergang te kijken. Als we bovenop een duin zijn aangekomen (we hebben het hier over woestijduinen, de Hoge Blekker is er niks tegen), krijgen we toch de indruk dat onze inspanningen voor niets zijn geweest. Niet alleen staat er ongelofelijk veel wind, wat het verwarmen van water voor ons taske zonsondergangkoffie danig bemoeilijkt, maar is de zee ook nog eens in een dichte mist gehuld, wat geen probleem zou zijn bij de Indische Oceaan, maar bij de Atlantische Oceaan de kans op een vette-zonsondergang-te-zien-vanop-het-Afrikaans-continent toch drastisch vermindert. We genieten desalniettemin van een kop koffie en de zon die daalt in de mist en rijden terug naar Swakopmund-centrum op zoek naar een B&B en avondeten. (even een opmerking tussendoor: niet alleen ligt Namibië een pak dichter bij de evenaar, de tijdzone komt ook net is realistischer overeen met de zonnetijd, waardoor het iets na zessen toch meestal al donker is). Een slaapplaats is snel gevonden: Villa Wiese, vlakbij het oude station.

Eten is een ander paar mouwen. Marie kent nog een gezellig restaurantje, maar daar is geen plaats meer, we trekken wat door de stad, maar gaan uiteindelijk toch terug naar het restaurantje van Marie om er aan de toog te wachten tot er wel plaats voor ons is in de herberg.

N.B. De foto’s op Filip’s Flickr

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Dag 5: zondag 22/4 Swakopmund – Karibib

We proberen Werner, met wie we zouden gaan haaienvissen, vruchteloos te bereiken. We rijden langs Long Beach, waar Angelina Jolie haar koter heeft geworpen, naar Walvisbaai. In Walvisbaai is eigenlijk niet zoveel te zien.


We rijden er een beetje rond dissecteren een kwal en nemen een paar foto’s van de zoutmijn, terwijl we ondertussen nog een paar keer naar Werner proberen te bellen. De volgende dag zal blijken dat Werner niet alleen uit de buurt van zijn GSM was tijdens het haaienvissen, maar ook een beetje pissed omdat we hem ’s zaterdags niet gebeld hadden. Na inkopen te doen in Swakopmund vertrekken we dan maar terug richting Karibib. Ik krijg een donkerbruin vermoeden dat die rots naast de weg wel een heel verleidelijk punt is om een flitscamera achter te steken, dus rijden we maar 2500 toeren in 5de terwijl we vriendelijk naar meneer de agent lachen. We besluiten om nog even naar Spitzkoppen te rijden, alleen zijn we op dat moment al de zijweg en moeten we een goed punt vinden om terug te kunnen draaien. We rijden even rodn in Spitzkoppen en zien dan de ultieme zonsondergangplaats. We stoppen de auto (parkeren is veel gezegd) en beklimmen een paar stevige brokken graniet, zwaar gepolijst door de eeuwen heen, met een gasvuur, een aantal mokken en koffie!!! We hebben echt de perfecte plaats gekozen om de zon te zien ondergaan tussen twee bergen. Door het donker naar huis en dan gaan slapen, want op maandag moeten we fris en monter zijn om de mijn te bezoeken.

N.B. De foto’s op Filip’s Flickr

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Dag 6: maandag 23/4 Karibib – Waterbergplateau

Maandagmorgen, Marie moet terug aan het werk. Ze laat ons nog even rustig wakker worden terwijl ze zelf naar een vergadering rijdt. Een tijdje later komt ze ons ophalen en vertrekken we naar de mijn. De goudmijn van Karibib is een dagbouwmijn. Het is het kleinste ‘project’ van AngloGold Ashanti, een Zuid-Afrikaans goudbedrijf. De mijn draait praktisch break-even, ze maken maar een paar miljoen winst per jaar. In 17 jaar tijd werd ongeveer 1 kub. m goud gedolven. Daarvoor hebben ze een ongelofelijk grote put gegraven en die wordt richel per richel verder uitgebreid. Er worden gaten geboord. Die worden gevuld met dynamiet en opgeblazen. Dat puin wordt dan opgeruimd met kranen, bulldozers en dumptrucks.

Er worden constant proefboringen gedaan om de ondergrond in kaart te brengen en op basis daarvan beslissen de geologen wat er met het gedolven puin gebeurd. Er worden hopen gemaakt op basis van de hoeveelheid goud die erin verwacht wordt. Voor de mijn van Karibib gaat het om een gemiddelde van 250 kg/maand. Het puin wordt in steeds kleinere stukken gebroken en in het labo (waar maar 3 mensen binnen mogen om alles zo geheim mogelijk te houden) wordt het goud eruit getoverd. Na het bezoek aan de mijn zijn we met Marie en Sidney (een collega van Marie) in de Minimark gaan eten en hebben we ook even de foto’s bekeken die tot dan toe geschoten waren, zodat ook ineens de flash-kaartjes leegwaren. Na het eten nog even shoppen en hupsakee: tijd om te vertrekken naar Waterbergplateau. Deze keer nemen we toch maar de snelweg, om nog in pikkedonker aan te komen. De receptie is al dicht en er staat niemand aan de poort, dus hadden we evengoed voor niks kunnen kamperen.

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Dag 7: dinsdag 24/4 Waterbergplateau – Windhoek

Als ik ’s morgens wakker wordt, is Roy al druk in de weer met statief en fototoestel. Als iedereen goed en wel wakker is en het ontbijt volledig verteerd trekken we er te voet op uit. Waterbergplateau heeft namelijk ook een aantal wandelroutes waarop je “wild” kan spotten. Wild kan je hier wel met een stevige korrel zout nemen: de eerste route is de mierenhooproute en daarna komen nog de boomroute en de vogelroute.

Maar Waterbergplateau heft z’n naam ook ergens vandaan: de camping ligt namelijk aan de voet van een plateau en terwijl we wandelen komen we uiteindelijk bovenop het plateau terecht. We hebben net foto’s genomen van een soort lemming terwijl we aan het klauteren waren over de rotsblokken.

We mogen niet verder zonder gids, dus braaf als we zijn lopen we langs de afgrond tot we een Duits koppel tegenkomen die naar de apen zitten te kijken. De vrouw is ongelofelijk bang, maar wij niet, dus gaan we dichter bij de kloof waar de apen inzitten. De apen zitten eigenlijk een beetje onder elkaar te ruziën lijkt het en na een tijdje gaan de twee groepjes uit elkaar. We kijken nog wat verder rond en vertrekken dan terug naar beneden. We gaan langs de andere kant rond zodat we bij het zwambad uitkomen. Filip en Roy nemen een frisse duik, maar ik houd het toch maar bij een voetbad. Een beetje later komen de Duitsers er ook bijzitten en een half uurtje later vertrekken we terug naar de camping om onze spullen bijeen te pakken. We gaan namelijk niet blijven om met een safari-trip mee te rijden, we vertrekken naar Windhoek om op woensdag verder te rijden naar de rode duinen van Sossusvlei. Deze keer hebben we meer geluk/: The Chameleon Backpackers heeft nog wel 3 plaatsen vrij in de dorm. We laden onze spullen uit, nemen een douche en vertrekken naar The Beer House: een aanrader volgens Marie. Het wild is er inderdaad lekker zoals Marie had gezegd, maar de bierkelder die we verwachtten is er niet echt: een paar lokale bieren, een paar Zuid-Afrikaanse, een Iers, een Duits en dat is het. De meeste café’s in Jo’burg hebben meer bieren. Maar goed, we hebben lekker gegeten en kruipen dan maar in onze nest.

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.