Dag 12: zondag 29/4 Uppington – Jo’burg

De laatste dag. Terwijl het nog schijtekoud is, vertrek ik Filip en Roy naar de bushalte. De Big Black Box verdwijnt in de aanhangwagen en Roy en Filip uit het zicht. Ik probeer me nog even op mijn boek te concentreren (ik koop hier bijna iedere maand minstens één boek en zo nu en dan ook een magazine), maar als er ven later een DVD wordt opgezet, kan ik het toch moeilijk laten om mee te kijken. Bij de eerste stop wil ik wat drinken kopen, maar in het tankstation kan ik niet met mijn kaart betalen en aangezien Randen wel in Namibië worden aangenomen, maar Namibische Dollars niet in Zuid-Afrika, moet ik nog even op mijn kin kloppen. Bij de volgende echte tussenstop kan ik wel met mijn bankkaart betalen in de winkel en ook nog wat geld afhalen. Het is ondertussen al bijna middag. We rijden nog een stuk verder en als we De La Reyville gepasseerd zijn (ja, de De La Rey waar ik al eens over geblogd heb), valt de bus in panne. Na een uur komen we te weten dat er geen druk meer op de olie-leidingen staat, de buschauffeur dat zelf niet kan repareren en dat er een mechanicus en een bus onderweg zijn vanuit Pretoria. Nu moet je een paar dingen weten. Ten eerste zou mijn busreis normaal gezien +/- 10 uur duren: vertrekken voor 8 uur en aankomen na 6 uur. Ten tweede is Pretoria eigenlijk de eindbestemming van de bus, ligt op & uur van Pretoria en is de dichtstbijzijnde garage van Intercape. Uiteindelijk moeten we nog meer dan drie uur wachten en komen we pas tegen 12 uur aan. Tijdens het wachten maak ik kennis met een Nieuw-Zeelandse die al een maand of 4 aan het rondtrekken in Afrika en nu ook op weg is naar Johannesburg om van daaruit naar Polen te vliegen. (Ze gaat daar een aantal mensen opzoeken die ze onderweg is tegengekomen en moet eind mei zien dat ze in Parijs is voor een verjaardagsfeest) Ze wou eigenlijk op zoek gaan naar een slaapplaats nadat ze in Johannesburg was aangekomen. Nu is dat in de meeste steden geen probleem, maar in Johannesburg toch niet echt aan te raden en aangezien we ondertussen een hoop vertraging hebben opgelopen ronduit gevaarlijk wordt het ronduit gevaarlijk om nog als vrouw alleen rond te lopen door Johannesburg Centraal. Wij hebben nog een bed vrij thuis, dus ik nodig haar uit. Sheree (haar naam) heeft een jaar in Sidney gewerkt bij de klachtenlijn van Microsoft (en nog een weekendjobke in een callcenter van een goklijn erbovenop) en zo redelijk wat geld verdient. Een groot deel van haar tijd in Zuid-Afrika heeft ze doorgebracht met drie Nederlandse vrouwen die met een Nederlandse legerambulance, de belofte dat ze die ambulance proper zouden terugbrengen naar Nederland en de Cape-to-Cairo op zak door Afrika aan het trekken zijn. Ze had veel weg van Greet Dierckx (mocht je je daar iets bij kunnen voorstellen), maar dan in een blonde Nieuw-Zeelandse met hetzelfde gevoel voor avontuur. (ik moet denk ik ook eens dringend bloggen over de dubbelgangers die ik hier ben tegengekomen: tot nu toe een blonde Greet Dierckx, een Surinaams/Amsterdamse Ans Hertogs, een Namibische Fons Vanthillo en nog een paar, waar ik nu niet direct op kan komen) In ieder geval: de volgende dag neem ik haar mee naar Sandton City, waar ze nog een dag kan doorbrengen voor ze naar het vliegveld vertrekt. (bijkomend voordeel: ik heb 2 keer een taxi met haar kunnen delen)

Dit was mijn Big Black Box voor Namibië. Vol spanning wacht ik op jullie Big Black Boxes. Om af te sluiten nog een foto van de Big Black Box in de koffer van de auto! (Spitzkoppen in de achtergrond)

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.