Dag 2: donderdag 19/4 Botswana Border – Windhoek

Na een de nodige stempels en controles rijden we Botswana binnen. We draaien meteen de Trans Kalahari Highway op en na een paar kilometer zien we een bord “Next Ultra Stop 378 km”. Een paar kilometer lang discussiëren we (misschien is er nog wel een ander takstation dan die Ultra Stop), maar besluiten toch het zekere voor het onzekere te nemen en naar de grens terug te keren op zoek naar een tankstation. Daar is een taxichauffeur zo vriendelijk om ons te begeleiden naar het dichtstbijzijnde tankstation, blijkbaar een paar 100 meter voorbij de oprit van de Trans Kalahari Highway. Eerst denken we dat hij het voor een fooi doet, maar al gauw blijkt dat hij andere motieven had: ooit heeft hij een briefje van 10 Mark gekregen van een klant en aangzien wij er nogal buitenlands uitzien zou hij het met ons willen ruilen zodat wij het later opnieuw kunnen ruilen en iedereen content is. We leggen hem uit dat de Duitse Mark nu toch al een tijdje afgeschaft is als betaalmiddel en dat wij het ook nergens zullen kunnen wisselen. Na het tanken vliegen we de snelweg op, het hele douane- en tankgebeuren heeft ons toch meer dan 2 uur gekost. Nu is snelweg misschien toch wel een groot woord. Om te beginnen moet je weten dat het hele traject nog maar geasfalteerd is sinds december 1997. In iedere richting is er één rijvak en de snelweg gaat dwars door of rakelings langs dorpen, waar je dan moet afremmen tot 80 of zelfs tot 60 km per uur. (60km/u geldt in grote delen van Afrika als de maximumsnelheid in de bebouwde kom) Dat afremmen moet je soms ook op andere punten doen, waar geen dorp of stad te zien is, bijvoorbeeld als je een dal inrijdt of voorbij een groot rotsblok. Misschien heeft Botswana maar een flitscamera, maar wij zijn die tegengekomen. Op een bepaald moment, we reden een kleine 135 km per uur (3500 toeren in 5de, kilometerteller stuk, dus de autoeigenaar weet ook niet precies hoeveel kilometers wij hebben gedaan), knipperen de tegenliggers met hun lichten. Een beetje verder staat een bord 80, maar mijn frank valt te laat en op het moment dat we worden geflitst rijden we nog 115. Ik mag het als bestuurder natuurlijk uitleggen bij de politie. De boete: 300 pula, ongeveer 40 euro, vrij schappelijk als je 35 km te hard rijdt. Probleem: geen pula’s en zelf ook te weinig randen op zak. Ik probeer aan de agent uit te leggen dat ik even naar mijn maten ga om samen te leggen, zegt hij dat ze sowieso ook geen randen aannemen en of er niks te regelen valt. Ik denk “dan zal ik die 150 rand hier maar snel aan die agent geven”, maar nee, onze schuld is gewoonweg kwijtgescholden! Hij gaat naar zijn superieur, legt hem uit dat wij op doorreis zijn naar Windhoek, geen pula’s bijhebben, niet zullen terugkomen langs Botswana en het is ok! De rest van de rit is nogal makkelijk samen te vatten: tanken halverwege Botswana, Roy neemt het stuur over en ik probeer nog wat te slapen, tanken net voor we Botswana uitrijden, ik neem het stuur terug over (om het pas 11 dagen later terug af te staan aan Roy) en we rijden Namibië binnen net voor zonsondergang.


Rond 10 uur ’s nachts komen we aan in Windhoek aan en gaan we op zoek naar een backpackers waar we willen overnachten. Die is volzet (gelukkig kunnen we er op onze 2de doortocht in Windhoek wel overnachten) en uiteindelijk overnachten we in Daniel’s Guesthouse, bij een zwitser die naar Namibië is verhuisd om er te werken als leerlooier te werken en na een paar jaar het Guesthouse heeft gekocht waar hij zelf in het begin heeft overnacht.
N.B. De foto’s op Filip’s Flickr

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.