Dag 3: vrijdag 20/4 Windhoek – Karibib

’s morgens laten we Windhoek achter ons. Filip heeft nog even een nieuwe slaapzak gekocht- hij had het nogal koud gehad aan de grens met Botswana- en de juiste gastankjes – we hadden namelijk het verkeerde formaat bij (ik was ze niet gaan halen, wil ik hier even bij vermelden, want ik weet hoeveel verschil daarop zit). We rijden naar het Daan Viljoen Park, een natuurgebied op een steenworp van Windhoek. We wagen ons hier aan een kleine wandeling in de vrije natuur, genietn nog even van een ijsje en vertrekken naar Karibib.

Over gravel.


We kiezen er namelijk voor om niet de snel weg te nemen, maar 2 C-wegen (B zijn de snelwegen, C verhard of gepekt, D verhard, F “farmroads”ofte privéwegen) langs een klein vervallen huisje dat ooit een buitenpost van het Duitse leger in Namibië was, waar de soldaten die teveel gezopen hadden naartoe gestuurd werden.

Tegen zonsondergang hebben we net bergpas achter de rug als we een stel pilaren zien voorbijwandelen. 2 Giraffen, zomaar in het wild, niet in een natuurreservaat of niks. We beseffen plots dat we 4 heel verschillende beelden rond on hebben: achter ons een bergpas, links een vette zonsondergang aan een heldere hemel, voor ons 2 giraffen in de Kalahari en rechts een vette regenstorm. Nog een hoop kilometers te gaan, dus als de dagtaak van de zon erop zit en ze de maan kan beginnen beschijnen vertrekken we terug. Eerst door de storm en als we die zeker gepasseerd zijn stoppen we voor een kopje koffie. De eerste kop in een reeks avondlijke kopjes. Terwijl we genieten van de sterren komt er plots een bakkie (pick-up) aangereden. Ik zet snel even de “dubbele pinkers” aan om ons een beetje zichtbaar te maken, waardoor de bestuurder denkt dat we in de problemen zitten en stopt. We gebaren dat er niks aan de hand is en vertrekken iets later zelf ook terug. We zitten op 14 kilometer van Karibib zien we aan de kant van de weg, dus ik trap hem even op z’n staart, voor zover dat veilig is ’s nachts tussen de wildhekken en een beetje later komen we in mijnstadje (met de nadruk op “je”, 700 inwoners) Karibib aan. We zoeken Marie op en drinken er ene in de countryclub waar zij woont. Dan trekken we naar een café in het dorp, het enige met een gemengd cliënteel: Namibië is onafhankelijk geworden voor het einde van de Apartheid, heeft het systeem onmiddellijk afgeschaft, maar heeft dus ook die omwenteling niet meegemaakt. Apartheid bestaat hier niet, maar in het ene café zie je geen blanken, in het andere geen zwarten. (het stadje is te klein voor 2 winkels, dus in de “Minimark” zie je iedereen) Na het “gemengde” café wippen we nog even binnen in het “blanke” café. Aangezien we door de schaarse vrouwen als nieuw/jong vlees worden gezien hadden we waarschijnlijk weinig moeite moeten doen om ook letterlijk binnen te wippen, maar om het met de woorden van onze paus te zeggen “geef mijn portie maar aan Fikkie”. Marie had aan Filip gevraagd om Belgisch bier mee te brengen uit Jo’burg (in Namibië bijna niet te vinden), maar we zijn het vergeten te gaan kopen en Filip besluit dan maar om een rondje shooters te geven om het goed te maken.

N.B. De foto’s op Filip’s Flickr

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.