Dag 9: donderdag 26/4 Sossusvlei

De volgende morgen besluiten we om toch maar een ander plaatsje te zoeken, want we liggen niet zo tactisch en er zijn veel mooiere en beschuttere kampeerplekjes zo op het eerste zicht. Terwijl Roy wat aan het rondwandelen is op zoek naar een plekje, vinden Filip en ik ook een mooi stekje.We besluiten om alles naar daar te verhuizen (vooral omdat de auto daar ook uit het zicht onder een boom staat) om Roy te doen verschieten. Als we de auto hebben verhuisd zien we dat hij net terugkomt, we bespieden hem even vanachter een struik, maar gaan er dan tich maar naartoe. Hij heeft een paar plekjes gevonden, maar vindt het onze ook wel goed, dus verhuizen we ook de tent en installeren we ons opnieuw. Even naar de winkel, ontbijten en hup de Sesriem Canyon in. Uitgesleten door het water, terug gevuld met sediment en dan opnieuw uitgesleten en ondertussen al ongelofelijk lang terug droog.

Een beige omgeving met grotten en inhammen, lagen keien ingeperst tussen (zand)steen. In de namiddag trekken we naar Sossusvlei. Je rijdt door een dorre vlakte met struikgewas die langs beide kanten is afgezoomt met rode duinen. Roy en ik beklimmen Duin 45 (Filip moet het na een paar meter opgeven en besluit om beneden te blijven en foto’s te trekken).

Duin 45 dankt zijn naam aan een project om de duinen in kaart te brengen en wordt door veel toeristen ’s morgens bezocht om de zonsopgang te zien. Per toeval ligt hij ook op ongeveer 45 km van het begin van de weg op de camping. We rijden tot het einde van de geasfalteerde weg, parkeren de auto en trekken te voet verder.

De dode bomen van Deadvlei zullen we nooit zien. De weg die we nog moeten afleggen is te lang en we moeten op tijd het park uitzijn, dus vertrekken we, na hout gesprokkeld te hebben, terug naar de camping. We steken weer een kampvuurtje aan, halen nog wat bier in de bar en “genieten” van een kom soep en een portie noodles. Midden in de nacht begint het te motregenen of misschien beter gezegd, wordt de mist zo dicht dat hij neervalt. Roy kruipt in de auto, en Filip ook na een tijdje want door de gaten in z’n slaapzak (er zijn gensters van het kampvuur op gesprongen) is die helemaal doorweekt door het water.

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.