Tag Archives: Lüderitz

Dag 11: zaterdag 28/4 Lüderitz – Uppington

We kunnen dus niet veel anders doen dan een hele dag rijden. Roy trekt nog even de stad in ’s morgens, ik ook nadat ik uit de douche kom, want ik wil nog even een paar kaartjes posten, voor een paar verjaardagen. (en naar Katrien en Sam, verstuurd met naast dokter Van Dijck als adres, zoals gewoonlijk, is dat trouwens aangekomen?) Het postkantoor gaat spijtig genoeg pas om 8 uur open dus heb ik zoals ik al een beetje verwacht had nog wat tijd om rond te dalken. Als ik voor 2 sta naar (links) de haven en naar (rechts) het strand, sla ik af naar links en blijkbaar maak ik daarmee de juiste keuze want Roy was naar rechts gegaan en heeft heel weinig oceaan gezien, terwijl ik op prachtig vanop de rotsen over de baai uit kan kijken. Daar moet ik wel bij zeggen dat ik het mooiste zicht heb als ik op een bouwwerf (villa in de baai) sta. Daar moet ik dan weer bij zeggen dat dat de plaats is waar “Hét voorstel” (zij die het moeten kennen, weten waarover ik het heb) nog net iets meer vorm krijgt, namelijk de Red Bull-poot. (“Hét voorstel” heb ik trouwens in Karibib al geopperd en ik heb het er met Filip even over gehad in het café met die lelijke wijven waar we touche bij hadden) Na het postkantoor, keer ik terug naar onze slaapplaats, waar ik nog net op tijd ben om ontbijt te krijgen. We gooien alles in de koffer en vertrekken voor een dagje kilometervreten…

De koude zeewind volgt ons echt het land in. Zelfs als we zeker al een paar honderd kilometer ver zijn, voelen we hem nog in onze rug. We rijden over de Fish River. De eerste rivier die we zien waar water instaat. (dat dan nog niet eens stroomt) Er zit trouwens ook minstens één vis in, dus de naam klopt al, waarschijnlijk is die dan ook met een zeker deutscher Gründlichkeit gegeven. Spijtig genoeg hebben we geen tijd om tot de Fish River Canyon te rijden, de tweede of derde grootste canyon ter wereld. We karren maar weer een eind verder en stoppen even om te tanken. (in Namibië is het heel belangrijk om op tijd te tanken, net als in Botswana en we hebben geen zin om zonder naft te vallen) En we rijden verder…

We komen aan in Ariamsvlei. Hier zie je de luiheid van de Namibiërs (of nog een staaltje van deutscher Gründlichkeit) Ariamsvlei is het laatste dorp voor de grens. Het ligt wel 16 km van de grens. Toch is hier de grenspost. We laten de nodige stempels zetten en rijden door een stukje “niemandsland” tot we bij de grens met Zuid-Afrika komen.

Weer de nodige stempels en nu wordt, voor het eerst in de hele trip, de auto gecontroleerd. We moeten de koffer opengooien. Omdat dat dingen zo stoffig is vragen ze of wij geologen of zo zijn, dat zijn we niet, prettige reis verder, bye bye. 146 km niets in het donker. We komen in Uppington aan en moeten nog op zoek naar een slaapplaats. We besluiten om toch maar in de stad zelf te slapen en niet op de camping buiten de stad aangezien ik de volgende morgen vroeg moet opstaan en Roy en Filip dan snel terug in bed kunnen kruipen als ze mij hebben afgezet. Eerst gan we nog even eten. Roy en Filip eten voor het eerst in hun leven Kentucky Fried Chicken (ok, voor mij was het ook nog maar de derde keer).We rijden naar een B&B aan de rivier, kijken nog wat TV en hupsakee:

Tijd om dodokes te doen…

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Dag 10: vrijdag 27/4 Sossusvlei – Lüderitz

Ik wordt als eerste wakker (en heb blijkt later ook het best geslapen) en ga al even naar de winkel om voor ontbijt te zorgen. Ik krijg een doosje lucifers van de “buurvrouw” en zet water op voor de koffie. Filip wordt na een tijdje wakker en een tijdje later is Roy ook terug onder de levenden. We pakken onze spullen bij mekaar, rekenen af, gooien de naftbak vol en vertrekken. Op naar Lüderitz. Hoewel het recht onder Sossusvlei ligt (het ligt zelfs nog dichter bij de kust) moeten we eerst terug een heel eind het binnenland in om dan een eind naar het Zuiden te rijden. We kiezen weer voor gravel, hoewel onze rechterachterband er hoe langer hoe erger begint uit te zien. Hij staat namelijk in een net iets andere hoek dan de andere banden. We rijden met de ramen op z’n minst op een spleet, want Roy en Filip roken allebei. Op gravelweg nummer 3 nemen we even pauze. We hangen allemaal zwaar onder het stof, niet te doen en poseren dan maar even als oude ventjes.

Een eind verder, in Helmeringhausen gaan we tanken en naar de winkel. Het dorp bestaat uit 5 huizen, waarvan 3 winkels (één doet ook dienst als tankstation) en een hotel dat recht uit een tirolerfilm komt. In de winkel kunnen we het niet meer houden van het lachen. Niet om de winkel of om het kleine dorpje, maar gewoon omdat we er allemaal zo stoffig uitzien. De mensen in de winkel snappen ook niet goed wat er gebeurt, maar doen gewoon vrolijk mee.We vertrekken terug, richting Aus. We rijden over een gravelroad die ze aan het heraanleggen zijn, dus loopt er midden over de weg een grote hobbel, van het puin dat nog naar de andere kant rechtgetrokken moet worden. Maar die weg is zo stoffig dat we echt moeten stoppen, want Roy die achterin zit, stikt bijna van het stof dat naar binnen gezogen wordt. Later, en niet voor het eerst, zien we dat de koffer weer vol stof zit. (er zit trouwens nog steeds stof op de Big Black Box, ik laat het er vrolijk ophangen en heb zelfs even overwogen om het te fixeren met haarlak)

Al zijn het gravelroads, ze worden wel goed onderhouden. (da’s het verschil met Zuid-Afrika: tijdens de Apartheid vooral zijn bijna alle wegen geasfalteerd, maar ze worden niet onderhouden, dus rijd je van de ene pothole in de andere) Bij het nuttigen van onze kop zonsondergangkoffie, nemen we ook nog een paar foto’s met het beertje en een leek blik groenten, omdat ik het wel een desolate omgeving vond. Spijtig genoeg vergeten we het beertje. Nu is de kans vrij groot dat het er nog ligt, aangezien Namibië zo’n kleine bevolking heeft op zo’n immense oppervlakte, dus als je ooit over de C13 tussen Helmeringhausen en Aus rijdt, let dan op of je nergens een beertje op een blikje op een weipaal ziet zitten en neem het mee voor Filip. Hij is trouwens van plan om er een website over te maken. (laat maar weten of die al on-line staat dan zet ik de link erbij)

 

De zonsondergang is voorbij en de koffie op dus rijden we verder in het donker. Na een tijdje komen we op een geasfalteerde weg terecht en aangzien de Namibische kaarten niet helemaal te vertrouwen zijn komen we uiteindelijk via en omweg in Aus terecht waar we nog net avondeten kunnen kopen in het tankstation/winkel. Voor het eerst in m’n leven eet ik ‘pie’, door de winkelier vriendelijk opgewarmd in de microgolf.Ik had die op’t werk namelijk al zien leggen en zelfs al voor anderen mee gebracht van de cafetaria, maar zelf nog nooit geprobeerd. Uiteindelijk valt zo’n vleestaart nog mee. (vandaag heb ik er trouwens nogeen gegeten) We cruisen maar wat verder over de grote baan, door een gebied met wilde paarden dus uitkijken geblazen. Na een tijdje komen we afwisselend bordjes met “wind” en “sand” tegen. Lüderitz is berucht voor z’n zandstromen. Als er een sterke aflandige wind staat kan je geen hand meer voor ogen zien. Er zijn zelfs foto’s van auto’s die letterlijk gezandstraald zijn. Zwarte auto’s die helemaal grijs uitslaan en roze auto’s die ‘vroeger’ rood waren. Maar goed er staat niet al teveel wind en we komen bijna in Lüderitz aan. We weten de naam van een backpackers en vragen de weg aan een zwarte. Hij brengt ons naar een andere backpackers, waarschijnlijk voor de fooi van de eigenaar, want hij gaat met de nachtwaker naar binnen. Wij kunnen crashen in een familie backpacker met Asterix & Obelix-thema.Voor we onder de wol kruipen bedenken we dat we nog even de rest van onze reis moeten plannen. Dan beseffen we dat het al vrijdag is en dat we dus nog maar één dag hebben om in Uppington te raken, waar ik op zondagochtend de bus op moet kruipen. 579 km tot aan de grens en dan nog 146 km erbij…

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.