Tag Archives: Windhoek

Dag 8: woensdag 25/4 Windhoek – Sossusvlei

Tijd om op te staan! Ontbijten, even tanken, even een plaats gaan reserveren op de bus van Uppington naar Jo’burg, even naar de bank en we zijn ermee weg. We rijden even terug richting Botswana om dan resoluut naar links af te slaan en voor gravel te kiezen. We rijden naar Arnhem Caves, de langste grottenformatie ter wereld. We komen aan bij een paar leegstaande bungalows, een leegstaande bar en een leegstaand huis. We kijken een beetje rond, maar er is echt geen levende ziel te bekennen op de kippen na. We beproeven dan maar ons geluk op het pad naast de afrastering. Nadat we 2 struisvogels hebben gezien geven we dat ook maar op want we worden geconfronteerd met een immense plas waar we met onze Toyota Corolla nooit doorkunnen. Dan rijden we maar verder naar Sossusvlei. Een beetje voorzichtiger, want er is precies iets mis met de remmen. We moeten een stukje terug en hebben dan een beetje moeite om de juiste gravelroad te vinden (kaarten zijn echt niet alles in Namibië), maar zitten uiteindelijk toch op de juiste weg naar Dorbabis. Onderweg komen we nog het half afgekloven skelet van een paard of zo tegen. We nemen er een hoop foto’s van, vooral het knuffeltje van Filip, dat overal met hem mee naartoe reist wordt zowat overal in het kreng geplaatst. Na een tijdje is de lol er toch een beetje af en rijden we verder naar Dorbabis. Ik denk dat ze daar nu nog over ons aan het praten zijn. We komen daar aan in het dorp, gaan veiligheidshalve tanken en slaan meteen ook maar wat voedsel in. Als we willen vertrekken komt er een zwarte aan met een stel gebeitste en verniste takken die hij aan ons wil verkopen als tafelversiering of zo. Na een tijd kunnen we hem er toch van overtuigen dat we geen plaats hebben in de auto voor die vreemde dingen en we vertrekken terug. Iets verder komen we in een kudde schapen terecht net voor we de (droogstaande) rivier schaap oversteken. Na een tijdje rijden we terug over een gepekte weg, maar daar moeten we nog trager rijden dan op de gravelroads, want de weg ligt vol met flessenglas, levensgevaarlijk voor onze banden. We rijden de snelweg terug op om hem in het volgende dorp al terug te verlaten en terug de gravel op te sjeezen. We zijn duidelijk op weg naar iets toeristisch, want als we stoppen voor ons kopje zonsondergangkoffie rijdt de ene na de andere toeringcar voorbij. Wij zetten onze reis ook verder, moeten in het pikkedonker een bergpas doen en weten dan weer niet helemaal zeker of we juist zitten. In Namibië kan je er meestal vanuit gaan dat je niet verkeerd zit, omdat er zo weinig wegen zijn dat je er moeilijk één kan missen, maar als je er één mist ben je nog veel verder van huis natuurlijk (en vooral van een bed). We zitten op de juiste weg. We stoppen even om de benen te strekken (om er later achter te komen dat er eigenlijk wel stevig wild vrij rondloopt dat ons met gemak had kunnen opvreten). Uiteindelijk komen we aan op de camping van Sesriem. Probleem: eigenlijk zijn de poorten van de camping al dicht, maar de (licht) mentaal gehandicapte bewaker wilt ons voor een fooi wel binnenlaten. We parkeren ons ergens, zoeken wat hout voor een vuur en drinken nog iets. Aangzien rijden toch vrij vermoeiend is, kruip ik zoals gewoonlijk als eerste in mijn slaapzak.

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Dag 7: dinsdag 24/4 Waterbergplateau – Windhoek

Als ik ’s morgens wakker wordt, is Roy al druk in de weer met statief en fototoestel. Als iedereen goed en wel wakker is en het ontbijt volledig verteerd trekken we er te voet op uit. Waterbergplateau heeft namelijk ook een aantal wandelroutes waarop je “wild” kan spotten. Wild kan je hier wel met een stevige korrel zout nemen: de eerste route is de mierenhooproute en daarna komen nog de boomroute en de vogelroute.

Maar Waterbergplateau heft z’n naam ook ergens vandaan: de camping ligt namelijk aan de voet van een plateau en terwijl we wandelen komen we uiteindelijk bovenop het plateau terecht. We hebben net foto’s genomen van een soort lemming terwijl we aan het klauteren waren over de rotsblokken.

We mogen niet verder zonder gids, dus braaf als we zijn lopen we langs de afgrond tot we een Duits koppel tegenkomen die naar de apen zitten te kijken. De vrouw is ongelofelijk bang, maar wij niet, dus gaan we dichter bij de kloof waar de apen inzitten. De apen zitten eigenlijk een beetje onder elkaar te ruziën lijkt het en na een tijdje gaan de twee groepjes uit elkaar. We kijken nog wat verder rond en vertrekken dan terug naar beneden. We gaan langs de andere kant rond zodat we bij het zwambad uitkomen. Filip en Roy nemen een frisse duik, maar ik houd het toch maar bij een voetbad. Een beetje later komen de Duitsers er ook bijzitten en een half uurtje later vertrekken we terug naar de camping om onze spullen bijeen te pakken. We gaan namelijk niet blijven om met een safari-trip mee te rijden, we vertrekken naar Windhoek om op woensdag verder te rijden naar de rode duinen van Sossusvlei. Deze keer hebben we meer geluk/: The Chameleon Backpackers heeft nog wel 3 plaatsen vrij in de dorm. We laden onze spullen uit, nemen een douche en vertrekken naar The Beer House: een aanrader volgens Marie. Het wild is er inderdaad lekker zoals Marie had gezegd, maar de bierkelder die we verwachtten is er niet echt: een paar lokale bieren, een paar Zuid-Afrikaanse, een Iers, een Duits en dat is het. De meeste café’s in Jo’burg hebben meer bieren. Maar goed, we hebben lekker gegeten en kruipen dan maar in onze nest.

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Dag 3: vrijdag 20/4 Windhoek – Karibib

’s morgens laten we Windhoek achter ons. Filip heeft nog even een nieuwe slaapzak gekocht- hij had het nogal koud gehad aan de grens met Botswana- en de juiste gastankjes – we hadden namelijk het verkeerde formaat bij (ik was ze niet gaan halen, wil ik hier even bij vermelden, want ik weet hoeveel verschil daarop zit). We rijden naar het Daan Viljoen Park, een natuurgebied op een steenworp van Windhoek. We wagen ons hier aan een kleine wandeling in de vrije natuur, genietn nog even van een ijsje en vertrekken naar Karibib.

Over gravel.

We kiezen er namelijk voor om niet de snel weg te nemen, maar 2 C-wegen (B zijn de snelwegen, C verhard of gepekt, D verhard, F “farmroads”ofte privéwegen) langs een klein vervallen huisje dat ooit een buitenpost van het Duitse leger in Namibië was, waar de soldaten die teveel gezopen hadden naartoe gestuurd werden.

Tegen zonsondergang hebben we net bergpas achter de rug als we een stel pilaren zien voorbijwandelen. 2 Giraffen, zomaar in het wild, niet in een natuurreservaat of niks. We beseffen plots dat we 4 heel verschillende beelden rond on hebben: achter ons een bergpas, links een vette zonsondergang aan een heldere hemel, voor ons 2 giraffen in de Kalahari en rechts een vette regenstorm. Nog een hoop kilometers te gaan, dus als de dagtaak van de zon erop zit en ze de maan kan beginnen beschijnen vertrekken we terug. Eerst door de storm en als we die zeker gepasseerd zijn stoppen we voor een kopje koffie. De eerste kop in een reeks avondlijke kopjes. Terwijl we genieten van de sterren komt er plots een bakkie (pick-up) aangereden. Ik zet snel even de “dubbele pinkers” aan om ons een beetje zichtbaar te maken, waardoor de bestuurder denkt dat we in de problemen zitten en stopt. We gebaren dat er niks aan de hand is en vertrekken iets later zelf ook terug. We zitten op 14 kilometer van Karibib zien we aan de kant van de weg, dus ik trap hem even op z’n staart, voor zover dat veilig is ’s nachts tussen de wildhekken en een beetje later komen we in mijnstadje (met de nadruk op “je”, 700 inwoners) Karibib aan. We zoeken Marie op en drinken er ene in de countryclub waar zij woont. Dan trekken we naar een café in het dorp, het enige met een gemengd cliënteel: Namibië is onafhankelijk geworden voor het einde van de Apartheid, heeft het systeem onmiddellijk afgeschaft, maar heeft dus ook die omwenteling niet meegemaakt. Apartheid bestaat hier niet, maar in het ene café zie je geen blanken, in het andere geen zwarten. (het stadje is te klein voor 2 winkels, dus in de “Minimark” zie je iedereen) Na het “gemengde” café wippen we nog even binnen in het “blanke” café. Aangezien we door de schaarse vrouwen als nieuw/jong vlees worden gezien hadden we waarschijnlijk weinig moeite moeten doen om ook letterlijk binnen te wippen, maar om het met de woorden van onze paus te zeggen “geef mijn portie maar aan Fikkie”. Marie had aan Filip gevraagd om Belgisch bier mee te brengen uit Jo’burg (in Namibië bijna niet te vinden), maar we zijn het vergeten te gaan kopen en Filip besluit dan maar om een rondje shooters te geven om het goed te maken.

N.B. De foto’s op Filip’s Flickr

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.

Dag 2: donderdag 19/4 Botswana Border – Windhoek

Na een de nodige stempels en controles rijden we Botswana binnen. We draaien meteen de Trans Kalahari Highway op en na een paar kilometer zien we een bord “Next Ultra Stop 378 km”. Een paar kilometer lang discussiëren we (misschien is er nog wel een ander tankstation dan die Ultra Stop), maar besluiten toch het zekere voor het onzekere te nemen en naar de grens terug te keren op zoek naar een tankstation. Daar is een taxichauffeur zo vriendelijk om ons te begeleiden naar het dichtstbijzijnde tankstation, blijkbaar een paar 100 meter voorbij de oprit van de Trans Kalahari Highway. Eerst denken we dat hij het voor een fooi doet, maar al gauw blijkt dat hij andere motieven had: ooit heeft hij een briefje van 10 Mark gekregen van een klant en aangzien wij er nogal buitenlands uitzien zou hij het met ons willen ruilen zodat wij het later opnieuw kunnen ruilen en iedereen content is. We leggen hem uit dat de Duitse Mark nu toch al een tijdje afgeschaft is als betaalmiddel en dat wij het ook nergens zullen kunnen wisselen. Na het tanken vliegen we de snelweg op, het hele douane- en tankgebeuren heeft ons toch meer dan 2 uur gekost. Nu is snelweg misschien toch wel een groot woord. Om te beginnen moet je weten dat het hele traject nog maar geasfalteerd is sinds december 1997. In iedere richting is er één rijvak en de snelweg gaat dwars door of rakelings langs dorpen, waar je dan moet afremmen tot 80 of zelfs tot 60 km per uur. (60km/u geldt in grote delen van Afrika als de maximumsnelheid in de bebouwde kom) Dat afremmen moet je soms ook op andere punten doen, waar geen dorp of stad te zien is, bijvoorbeeld als je een dal inrijdt of voorbij een groot rotsblok. Misschien heeft Botswana maar een flitscamera, maar wij zijn die tegengekomen. Op een bepaald moment, we reden een kleine 135 km per uur (3500 toeren in 5de, kilometerteller stuk, dus de autoeigenaar weet ook niet precies hoeveel kilometers wij hebben gedaan), knipperen de tegenliggers met hun lichten. Een beetje verder staat een bord 80, maar mijn frank valt te laat en op het moment dat we worden geflitst rijden we nog 115. Ik mag het als bestuurder natuurlijk uitleggen bij de politie. De boete: 300 pula, ongeveer 40 euro, vrij schappelijk als je 35 km te hard rijdt. Probleem: geen pula’s en zelf ook te weinig randen op zak. Ik probeer aan de agent uit te leggen dat ik even naar mijn maten ga om samen te leggen, zegt hij dat ze sowieso ook geen randen aannemen en of er niks te regelen valt. Ik denk “dan zal ik die 150 rand hier maar snel aan die agent geven”, maar nee, onze schuld is gewoonweg kwijtgescholden! Hij gaat naar zijn superieur, legt hem uit dat wij op doorreis zijn naar Windhoek, geen pula’s bijhebben, niet zullen terugkomen langs Botswana en het is ok! De rest van de rit is nogal makkelijk samen te vatten: tanken halverwege Botswana, Roy neemt het stuur over en ik probeer nog wat te slapen, tanken net voor we Botswana uitrijden, ik neem het stuur terug over (om het pas 11 dagen later terug af te staan aan Roy) en we rijden Namibië binnen net voor zonsondergang.


Rond 10 uur ’s nachts komen we aan in Windhoek aan en gaan we op zoek naar een backpackers waar we willen overnachten. Die is volzet (gelukkig kunnen we er op onze 2de doortocht in Windhoek wel overnachten) en uiteindelijk overnachten we in Daniel’s Guesthouse, bij een zwitser die naar Namibië is verhuisd om er te werken als leerlooier te werken en na een paar jaar het Guesthouse heeft gekocht waar hij zelf in het begin heeft overnacht.
N.B. De foto’s op Filip’s Flickr

Je kan de Namibische reisposts ook chronolosch lezen, dat lijkt logischer.